LEIDEN – Het Amboinsch Kruidboek van de Duitse natuurvorser Georgius Eberhardus Rumphius (1627-1702) is een ontdekkingstocht door het Indische plantenrijk. Rumphius begint met de kokospalm (Calappus-boom) of de ‘Kapiteyn van dit Ambons Kruyd-boek’.

Kokospalm

Deze botanische bewoner is de eerste plant die met zijn geveerde bladkronen de scheepslieden toewuift als zij eilanden naderen. In maar liefst vier hoofdstukken toont Rumphius hoezeer deze palm vervlochten is met de cultuur van Zuidoost-Azië.

Door Norbert Peeters
Hortus botanicus Leiden

Naast drank en spijs biedt deze veelzijdige cultuurplant ook bladeren voor vlechtwerk en dakbedekking, vezels voor touwen en matten, en een bloeiwijze waaruit men palmsap wint voor het vervaardigen van suiker en gist. In Indonesië zegt men dat de palm evenveel toepassingen kent als er dagen in een jaar gaan.

Steenvrucht
Een beschrijving van de kokospalm is onvolledig zonder een beschrijving van de kokosnoot. Bedenk daarbij wel dat botanici dol zijn op haarkloverij. In de botanische zin van het woord is de kokosnoot geen noot, maar een steenvrucht zoals een kers.
Het is verschil is dat bij de kokosnoot de stenige pit niet omgeven is met zoet vruchtvlees maar met een groene vezelige bolster. De kokosnoot zoals wij die kennen bevindt zich onder deze vruchthuid. Rumphius schrijft dat onder deze vezels zich een zwarte hardhouten schaal bevindt met de dikte van een ‘bekkeneel’ (schedel).
‘Binnen deze schaal’, schrijft Rumphius, ‘is een edel zap, als klaar water, zeer zoet, koel en aangenaam van smaak…’ Naast dit kokoswater is de binnenkant van de schaal bezet met ‘een witte substantie, of merg’ die hij vergelijkt met de wijnsteen die zich afzet in wijnvaten (kaliumzout dat neerslaat in kleine witte kristallen). Tot slot bevindt zich in de schaal een ‘kleyn Appelken’ of het plantenembryo.

 

kokosnoot

 

 

Kosmopoliet
Ieder van ons kent de paradijselijke stranden uit Bounty reclames. Maar stel jezelf eens de vraag hoe de kokospalm terecht is gekomen op het hagelwitte strand van een afgelegen eilandje. Eerlijkheidshalve zijn veel van deze kokospalmen aangeplant door mensen, maar de zeewaardigheid van de kokosvrucht heeft ook een handje geholpen. Dankzij de vezelige bolster en de luchtbel binnen in de kiemholte, beschikt de vrucht over een uitstekend drijfvermogen. Soms blijven de vruchten maandenlang dobberen zonder hun kiemkracht te verliezen.
Als een kokosnoot na een mijlenlange reis aanspoelt op een strand, toont zich de ware betekenis van de kokos in onze Bounty en de kokosmelk in onze curry.
In werkelijkheid stelen wij het lunchpakket dat de plantenembryo meekrijgt, tot hij op eigen wortels kan staan. De zeewaardigheid van de kokosvrucht maakt de kokospalm tot een ware kosmopoliet.
Dankzij zijn reislustigheid is er tot de dag van vandaag nog altijd discussie over het land van oorsprong van deze Indische Odysseus.

 

kokosnootplukker

 


Parel

Er gaat nog een laatste mysterie schuil achter de kokosnoot. Rumphius eindigt het hoofdstuk over het gebruik en de kracht van de kokospalm met een beschrijving van een zogeheten ‘Calappus-Steen’ of kokosparel. Deze parel is een vreemde vergroeiing, ‘een wit Steentje gelijk alabast’ ter grootte van kiezel. Rumphius beschrijft hoe in Maleisië de kokosparel kostbaarder is dan het mooiste juweel. Deze waarde hangt deels samen met de zeldzaamheid van de parel. Je kunt volgens Rumphius duizend kokosnoten open hakken en nooit een parel vinden. Hij heeft er enkel verhalen over gehoord op het eiland Celebes (Sulawesi).

 

kokospalm in kruidenboek

 

 

Mythe
Bijna drie eeuwen later is het bestaan van de kokosparel nog altijd in tropische nevelen gehuld. Daar komt pas verandering in als Adriaan Reyne in 1929 wordt aangesteld als directeur van het Proefstation voor de Klappercultuur op Noord-Celebes. Voor een artikel gewijd aan de authenticiteit van kokosparels besluit hij verschillende exemplaren onder de loep te nemen.
Stuk voor stuk blijkt het om zoutwaterparels te gaan die afkomstig zijn uit Tridacna schelpen. Reynes scepsis neemt nog verder toe als hij een kokosboer ondervraagt die al veertig jaar op zoek is naar de illustere kokosparel. Hoewel hij een enorme prijs heeft uitgeloofd aan degene die er een zou vinden, is er in alle miljoenen kokosnoten nog nooit een parel aangetroffen. Het lijkt dus om een mythe te gaan, maar toch kan het geen kwaad om je ogen op te houden de volgende keer dat je een kokosnoot geserveerd krijgt.

Georg Everhard Rumphius (1627-1702) was een Duits militair, architect, geograaf en koopman. Hij geniet vooral faam voor zijn werk als botanicus faam. Hij verbleef 49 jaar op Ambon en is de auteur van Het Amboinsche kruidboek.

norbert peetersOver de auteur
Norbert Peeters is filosoof en archeoloog. In 2016 werd zijn boek Botanische Revolutie, de plantenleer van Darwin genomineerd voor de Jan Wolkers-prijs.

GroenVandaag en Hortus botanicus Leiden hebben in 2017 een exclusieve samenwerking. Hortus Leiden zal een vaste rubriek op GroenVandaag verzorgen, waarin wetenswaardigheden over bloemen & planten uit Azië centraal staan. Dit in het kader van de tentoonstelling Kroonjuwelen uit Azië die dit jaar in Hortus botanicus Leiden te zien is.  Dit is de tweede aflevering.

[Intro-foto: rgb stock, tome213, Elvis Santana.
Overige beelden: Hortus botanicus Leiden.]