Bodemdieren – De meeste tuinaandacht gaat naar wat je ziet. Borders, bloei, een strakke rand langs het gras. Wat daaronder gebeurt, blijft buiten beeld tot er iets misgaat: een gazon dat in augustus ineens gele plekken krijgt, een kamerplant die zonder aanwijsbare reden slap gaat hangen, of merels die je pas gemaaide gras systematisch omwoelen.
Bodemdieren
Bijna altijd is dat een signaal uit de bodem. En bijna altijd is de reflex om naar een fles te grijpen die het probleem wegneemt, inclusief een groot deel van het leven dat er verder nog zat.
Fotocredits introfoto: Helena Lopes, op Pexels.
Een tuinbodem is geen substraat
In een gezonde tuinbodem zitten veel bodemdieren: regenwormen, springstaarten, mijten, schimmels, bacteriën en aaltjes. Dat laatste woord klinkt onaangenaam, maar aaltjes zijn simpelweg microscopisch kleine rondwormen die van nature in vrijwel elke grond voorkomen. De meeste soorten doen niets wat jou raakt. Een deel eet bacteriën, een deel eet schimmels, en een klein deel parasiteert op insectenlarven.
Die laatste groep is interessant, omdat die in feite de natuurlijke rem vormt op de larven die schade veroorzaken. Engerlingen, emelten, larven van rouwvliegjes: dat zijn allemaal organismen waar in een evenwichtige bodem al iets op jaagt. Problemen ontstaan meestal niet omdat er plotseling larven zijn, maar omdat het evenwicht is verschoven.
Wat dat evenwicht verstoort
Een paar dingen komen steeds terug. Kaal, verdicht en droog liggend gras is aantrekkelijk voor langpootmuggen en kevers om eieren in af te zetten. Breedwerkende bestrijdingsmiddelen halen niet alleen het doelinsect weg maar ook wat erop jaagde, waardoor de volgende uitbraak vaak heftiger is dan de vorige. En potgrond die permanent nat staat, is precies de omgeving waarin rouwvliegjes zich binnen een paar weken vermenigvuldigen.
De praktische conclusie is niet spectaculair, maar wel bruikbaar: veel bodemproblemen zijn eerder een beheerskwestie dan een bestrijdingskwestie. Beluchten, een realistischer maairegime, niet te vaak en niet te weinig water, en in het najaar niet alles kaal achterlaten.

Aaltjes (Steinernema feltiae)
Foto: wikimedia: By Tony Coulson.
Waar biologische bestrijding wel op zijn plaats is
Soms is het evenwicht al zover doorgeslagen dat wachten geen optie meer is. Een gazon waarin engerlingen de wortels hebben doorgevreten, laat zich als een tapijt oprollen, en dan is er niets meer om te redden.
In dat geval kun je de natuurlijke tegenstander toevoegen in plaats van vervangen. Kwekerijen vermeerderen specifieke aaltjessoorten, die je zelf met gieter of sproeier in de bodem brengt. Elke soort is gekoppeld aan een bepaalde plaag: Steinernema feltiae (aaltjes) wordt ingezet tegen larven van rouwvliegjes, Steinernema carpocapsae tegen emelten, en Heterorhabditis bacteriophora tegen engerlingen. Bij leveranciers als Aaltjesonline.nl staat per soort vermeld tegen welke plaag die werkt, wat de dosering per vierkante meter is en welke bodemtemperatuur minimaal nodig is.
Dat laatste is het punt waar het in de praktijk het vaakst misgaat. Aaltjes zijn levende organismen en doen bij te koude grond simpelweg niets. Voor engerlingen wordt doorgaans minimaal 12 graden bodemtemperatuur aangehouden, voor emelten ligt die grens lager. Wie in maart uitzet omdat het die week toevallig mooi weer is, kan een volledige behandeling weggooien.
De vier dingen die het verschil maken
Ga je ermee aan de slag, dan zijn dit de punten die het resultaat bepalen, en ze staan in de handleiding om een reden.
1- Zet uit in de ochtend of de avond. Aaltjes zijn gevoelig voor uv-licht en gaan in fel zonlicht dood voordat ze de grond in zijn.
2- Houd de bodem daarna minimaal twee weken vochtig. Aaltjes verplaatsen zich door de waterfilm rond bodemdeeltjes. Droogt die op, dan komen ze nergens.
3- Gebruik ze snel. Het zijn levende bodemdieren met een beperkte houdbaarheid, ook gekoeld.
4- En reken op twee tot drie weken voordat je bovengronds iets merkt. De larven sterven niet direct, en een gazon dat al kaal is, moet daarna alsnog herstellen.
Dat is minder snel dan een fles gif, en dat is precies de afweging. Je ruilt een direct resultaat in voor een bodem die het jaar erop beter in staat is zichzelf te reguleren.
Meer over de gezonde bodem
Lees ook deze artikelen op GroenVandaag:
Samen strijden voor een gezonde vruchtbare bodem
Onder het Maaiveld docu over onze bodem
Leve de bodem! basis voor een gezonde tuin